EEGE models

MODELBOUW MARINE VAARTUIGEN IN PLASTIC

Friesland klasse / B-Jager

 

Friesland klasse / B-Jager
De onderzeebootjagers van de Frieslandklasse werden in de tweede helft van de jaren vijftig in dienst genomen bij de Koninklijke Marine.

De schepen maakten onderdeel uit van de vlootuitbreidingsplannen, zoals die waren neergelegd in de defensienota 1951. Ze vervingen onder andere de voormalige Engelse torpedobootjagers van de S- en N-klassen. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn ze vervangen door de fregatten van de Kortenaerklasse. Op de Friesland na (gesloopt) zijn alle schepen verkocht aan de Peruviaanse marine.

Schepen

Naam Naamsein In dienst van/tot Gebouwd In
Hr.Ms. Friesland D812 1953-1979 Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) Amsterdam
Hr.Ms. Groningen D813 1954-1980 Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) Amsterdam
Hr.Ms. Limburg D814 1957-1982 Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS) Vlissingen
Hr.Ms. Overijssel D815 1980-1993 Wilton Fijenoord (WF) Rotterdam
Hr.Ms. Drenthe D816 1957-1981 Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) Amsterdam
Hr.Ms. Utrecht D817 1957-1980 Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS) Vlissingen
Hr.Ms. Rotterdam D818 1957-1981 Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) Rotterdam
Hr.Ms. Amsterdam D819 1958-1980 Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) Amsterdam

Aandrijving

De jagers van de Frieslandklasse waren voorzien van twee ketelruimen en twee machinekamers. Beide ketelruimen waren uitgerust met twee Babcock & Wilcox ketels met regelbare oververhitter vuurhaard. Uit economisch oogpunt werd er gevaren op één ketelruim. De machinekamers waren voorzien van hoge- en lagedrukturbines en een uitschakelbare kruisvaartturbine voor economische vaart. Het vermogen bedroeg 60.000 apk. De ontwerpsnelheid bedroeg 36 knopen (zeemijl/uur), in de praktijk konden sommige eenheden zelfs 42 knopen halen.

Bewapening

De bewapening bestond uit vier kanonnen van 12 centimeter (in twee dubbeltorens), vier 40mm-mitrailleurs, twee raketdieptebomwerpers (met vier lanceerbuizen elk) voor de brug en een dieptebomrek op het halfdek. Origineel waren er zes 40mm-mitrailleurs geplaatst maar deze belasting was te groot: de schepen scheurden achter de voorste schoorsteen. De Utrecht en Overijssel werden in 1960 en 1961 uitgerust met acht torpedolanceerbuizen, in twee opstellingen aan beide zijden in de midscheeps. Later zijn deze weer verwijderd. De bemanning bestond uit 284 leden.

Boven het kombuis bevond zich een lichtraket lanceerinstallatie. Hoewel uitgerust met radar werd dit systeem nog steeds gebruikt om bij nacht te kunnen schieten.

Bron: Wikipedia

 

Friesland klasse / B-Jager